vrijdag 21 november 2014

Onderwijs in drukke tijden; wat bied ik aan?

We waren vandaag samen met een flink aantal andere thuisonderwijzers in het Spoorwegmuseum in Utrecht. Gerrit Jan was mee en terwijl hij met de meiden het museum verkende, kon ik fijn praten met andere ouders. Praten met anderen; onzekerheden delen, ideeën opdoen, succesverhalen horen en vertellen, ik vind dit heel erg waardevol. De kinderen hebben leuke sociale contacten, maar ook voor ons is het fijn om ervaringen uit te wisselen met andere thuisonderwijzers.


Vandaag vroeg een moeder me wat ik zoal aanbied. Die vraag is nog niet zo gemakkelijk te beantwoorden. Het begint er al mee dat de kinderen verschillende leeftijden hebben en ook verschillende interesses. Waar ik bij Josalien meestal niet meer doe dan af en toe iets neerleggen of een idee geven, vindt Marieke het ook leuk om samen iets te maken, een opdrachtje te doen, een liedje te zingen, enz. Marieke vind het prima om een instructie te krijgen (en gaat dan meestal alsnog haar eigen gang). Josalien heeft er vaak niet zo'n zin meer in als ik aangeef hoe ze iets geacht wordt te doen (bijvoorbeeld in een opdrachtenboekje of bij het spellen van woorden). Josalien leert behoorlijk autodidactisch; ze wil zelf het wiel uitvinden. Voor Josalien hoef ik vaak niet veel meer te doen dan beschikbaar zijn voor vragen.

Maar terug naar de vraag; wat bied ik eigenlijk aan? Ik merk dat dat niet alleen te maken heeft met leeftijd en karakter van de kinderen, maar ook met wat ze zelf oppakken en hoe druk we het verder hebben. Het is op dit moment behoorlijk druk met alles rondom Sinterklaas en daarnaast hebben we regelmatige uitjes naar musea en andere leuke plekken. Er blijft minder tijd en aandacht over voor dingen als rekenen en taal, wereldoriëntatie, geschiedenis, enz. Maar het leuke is dat hoewel ik al een paar weken niet actief iets heb aangeboden, Josalien juist nu een enorme ontwikkeling doormaakt. Ze leest steeds beter, begint duidelijk een woordbeeld te ontwikkelen en ze is begonnen met schrijven. Ze heeft haar initiële schroom overwonnen en schrijft gewoon, ook al weet ze niet hoe de woorden gespeld horen te worden. En het verhaal van de oorsprong van Sinterklaas is óók geschiedenis.

Met een beetje fantasie erbij is dit Sinterklaas met een vrouw en kind. Dat hij géén vrouw zou hebben gehad, wil Josalien niet geloven.



Dus wat bied ik actief aan? Op dit moment vrijwel niets. Leren ze dan niets? Jawel hoor, gelukkig wel. Josalien schrijft tientallen brieven aan Sinterklaas (hoewel ze niet gelooft) en aan mij. Ze maakt daar heel veel pentekeningen bij die steeds gedetailleerder worden. Ik praat met Josalien over wat ze allemaal opschrijft en ik schrijf briefjes terug met woorden die zij gebruikt heeft, zodat ze de juiste spelling ook ziet, zonder dat ik haar actief hoef te corrigeren. In de volgende brief die ik krijg, zie ik vaak dat ze het meteen toepast. En soms ook niet. Soms zegt ze: "jij schrijft het anders, maar ik mag zelf weten hoe ik het wil schrijven en ik doe het zo". Ik mag dat wel, die eigenzinnigheid. Verder leert Josalien op het moment veel op het gebied van samenwerking met andere kinderen. Op de uitjes is daar alle tijd voor. Ze hoeven niet te wachten tot het pauze is, ze kunnen gewoon de hele dag met elkaar spelen, samenwerken, verhalen vertellen, ideeën overdragen, knutselen en wat ze verder maar willen.






Marieke heeft ook enorme sprongen gemaakt op het gebied van sociale interactie. Heel langzaam komt het kleutertje al een beetje in haar boven. Ze overlegt met andere kinderen over welk spel ze gaan doen en ze is vooral erg goed in het bedenken en uitspelen van allerlei fantasieverhalen. En héél veel giechelen en lachen, want het leven is een feest voor Marieke.

Oh en vooral niet te vergeten: lekker naar buiten gaan en genieten van het seizoen. Deze week was het lekker nat in het bos, dus dan gaan de regenpakken aan en zoeken we de grootste plassen in het bos.


zaterdag 1 november 2014

thuisonderwijs -> uitonderwijs

Ik zit in de auto met De drie meiden. We reizen in verhouding veel samen, omdat de meeste vriendjes van onze kinderen niet vlakbij wonen. De meiden hebben een hoop vriendjes die ook niet naar school gaan, maar die wonen allemaal wat verder weg. De autoritjes blijken niet alleen noodzakelijk te zijn om ergens te kunnen komen, ze zijn eigenlijk juist heel nuttig en leuk. De kinderen hebben altijd wel zin om te kletsen, zingen of een zoek- of raadspelletje. De beste gesprekken voeren we in de auto.



Als Gerrit Jan er niet bij is, zit Josalien meestal naast mij voorin. En vaak zitten we dan te rekenen, iets wat Josalien erg leuk vindt. Vandaag echter niet. Josalien zegt: “we rijden op een voorrangsweg”. Ik vraag haar hoe ze dat weet. Ze wijst naar een vierkant bord, zo’n gele met een witte rand. Er staan er heel veel van. Laatst vroeg ze wat dat betekende en nu herkent ze het bord. Dan wil ze weten wat een driehoekig bord met een rode rand, met rennende kinderen erop betekent en ik geef uitleg over de borden die aangeven dat je extra goed op moet letten, in dit geval op kinderen die plotseling kunnen oversteken. Ze legt zelf de verbanden: “dus datzelfde bord daar, maar dan met een hert erin zegt dat er plotseling herten kunnen oversteken?” Ze heeft het begrepen. Er zijn ontzettend veel verkeersborden en ze wordt enthousiast. Ze wil van alle borden die ze ziet de betekenis weten. Ik merk ineens hoe ontzettend veel borden er eigenlijk zijn die ik normaal gezien wel zie, maar waar ik niet meer bewust naar kijk. Door Josalien kijk ik er nu weer even goed naar.

Josalien zou zo graag eens helemaal alleen naar de supermarkt willen fietsen (2 km). Wij vinden dat dat pas veilig kan als ze de verkeersregels goed kent. Dat begrijpt ze wel. Een half jaar geleden wilde ze ook graag alleen fietsen, maar toen had ze nog niet zoveel interesse in de regels van het verkeer en we fietsen nog altijd lekker samen. Maar nu heeft ze het ineens te pakken. Na het zoveelste bord waarvan ik de betekenis heb uitgelegd vraag ik of ze misschien komende week wel een verkeersproject zou willen doen (als ze iets heel leuk vindt, maken we er soms een projectweek van, zodat we het onderwerp meer kunnen uitdiepen). Ze kijkt me met glimmende ogen aan en roept enthousiast: “jaaaaaa!! Een verkeersproject!” En ook van achter in de auto klinkt gejuich. Ze maken samen plannen wat we dan allemaal moeten gaan doen en ik zit achter het stuur te genieten van dit proces. En, voegt Josalien er dan hoopvol aan toe: “dan kan ik volgende week misschien wel alleen naar de Jumbo fietsen”.